ZoZuidAs is opgezet door drie jonge vrouwen. Temidden van turbulente tijden zijn wij onze carrière begonnen op de Zuidas als advocates en bankier. Het is geen Londen, het is geen New York, maar de Zuidas staat voor een beetje zakelijke glamour in de polder. Wij beschrijven wat er leeft op die vierkante kilometer kantoorspeeltuin bij het WTC, want we kennen het wel en wee van de Zuidas van binnenuit. De kredietcrisis liet ook de Zuidas niet onberoerd. Na 3 maanden dalende billables en dagelijks terugkerende hyvesmarathons, hadden wij tijd en inspiratie om onze habitat wat beter te bekijken. Onze observaties plaatsen we sinds 2009 online. Geniet ervan en stuur de posts door! Onze stukken verschijnen o.a. in Glamour. Voor tips en commentaar zijn we te bereiken via zozuidas@gmail.com







vrijdag 24 april 2009

Zingeving op de Zuidas

Collega G vertrouwde me laatst toe dat hij niet begreep waar hij mee bezig was. Het ging niet om een geestelijk mindervalide stagiair, G is een medewerker met vijf jaar ervaring.

Een timmerman maakt een tafel, een bakker een brood, maar ik snap niet wat ik doe. ..Ik begrijp deze wereld niet….Ik snap gewoon niet waar het geld vandaan komt!!

Toegegeven, je bent advocaat, geen macro-econoom. En niemand beweert dat de werking van de CDO markten ABCD is. Een vriendin die bankier is vertelde mij dat "een te hoge omloopsnelheid van het geld de oorzaak is". Ik begreep daar niets van, maar knikte instemmend.

Terug bij collega G heb ik het als volgt uitgelegd: bankiers schuiven met biljetten, advocaten met papier. Als de bankiers te hard wapperen en geld uitgeven voordat ze weten waar het vandaan komt, slaat de overnametrein op hol. Als laatste wagon denderden wij advocaten dan vrolijk mee. Wij hebben gewoon als een malle getypt. Veel typen is veel verdienen. Dat vond ik vrij duidelijk.

Ik bleek het weer niet te hebben begrepen. Collega G zocht niet de oorzaak van de kredietcrisis, collega G zocht de zin van het advocatenbestaan. Oh God, het Mieke-Telkamp –gesprek. Waar dit normaliter beperkt blijft tot de relationele sfeer, wilde mijn collega nu ook een stukje professionele zingeving bespreken.

G was zijn intrinsieke motivatie kwijt. Hij kon niet meer achter het werk staan wat hij deed, omdat het doel van zijn handelingen hem niet meer duidelijk was. Doel, doel? Dat je geen tafels in elkaar ging zetten, wist je ook al aan het begin van de rit. Wat heeft ons dan gaande gehouden al die jaren? Het geloof in… ja waarin precies?

Op kantoor maak ik altijd een onderscheid tussen ‘believers’ en ‘non-believers’. Als believer geloof je in “the Firm”, heb je nog het (wankele) vertrouwen dat kantoor je gelukkig gaat maken. Vrijwel iedere sollicitant is een believer. Om je motivatie terug te vinden moet je terug naar dat moment waarop je nog wel geloofde. Waar geloofde je toen nog in? Waarom dacht je toen dat het werk je gelukkig ging maken? De kantoorcultus? Of hield je na je scriptie gewoon heel veel van typen?

Religie is de opium van het (werk)volk. We zijn aan boord gestapt van een sneltrein en te lang blijven zitten, bestemming onbekend. We dachten niet zo goed na over wat we gingen typen maar waren vooral blij dat we zo hard konden typen. Het was gewoon veel typen en veel verdienen.

Maar net zoals opeisbare vorderingen nodig zijn voor het verhandelen van geld, is oprechte interesse nodig voor gemotiveerd werkvolk. Tekorten op de balans worden nu aangevuld door staatssteun. Hoe vullen wij werknemers het tekort aan op de mentale balans? De Thomaskerk beleeft tegenwoordig hoogtijdagen onder het mom van “zingeving op de zuidas”. Misschien een idee?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen