Doorgaan naar hoofdcontent

Zingeving op de Zuidas

Collega G vertrouwde me laatst toe dat hij niet begreep waar hij mee bezig was. Het ging niet om een geestelijk mindervalide stagiair, G is een medewerker met vijf jaar ervaring.

Een timmerman maakt een tafel, een bakker een brood, maar ik snap niet wat ik doe. ..Ik begrijp deze wereld niet….Ik snap gewoon niet waar het geld vandaan komt!!

Toegegeven, je bent advocaat, geen macro-econoom. En niemand beweert dat de werking van de CDO markten ABCD is. Een vriendin die bankier is vertelde mij dat "een te hoge omloopsnelheid van het geld de oorzaak is". Ik begreep daar niets van, maar knikte instemmend.

Terug bij collega G heb ik het als volgt uitgelegd: bankiers schuiven met biljetten, advocaten met papier. Als de bankiers te hard wapperen en geld uitgeven voordat ze weten waar het vandaan komt, slaat de overnametrein op hol. Als laatste wagon denderden wij advocaten dan vrolijk mee. Wij hebben gewoon als een malle getypt. Veel typen is veel verdienen. Dat vond ik vrij duidelijk.

Ik bleek het weer niet te hebben begrepen. Collega G zocht niet de oorzaak van de kredietcrisis, collega G zocht de zin van het advocatenbestaan. Oh God, het Mieke-Telkamp –gesprek. Waar dit normaliter beperkt blijft tot de relationele sfeer, wilde mijn collega nu ook een stukje professionele zingeving bespreken.

G was zijn intrinsieke motivatie kwijt. Hij kon niet meer achter het werk staan wat hij deed, omdat het doel van zijn handelingen hem niet meer duidelijk was. Doel, doel? Dat je geen tafels in elkaar ging zetten, wist je ook al aan het begin van de rit. Wat heeft ons dan gaande gehouden al die jaren? Het geloof in… ja waarin precies?

Op kantoor maak ik altijd een onderscheid tussen ‘believers’ en ‘non-believers’. Als believer geloof je in “the Firm”, heb je nog het (wankele) vertrouwen dat kantoor je gelukkig gaat maken. Vrijwel iedere sollicitant is een believer. Om je motivatie terug te vinden moet je terug naar dat moment waarop je nog wel geloofde. Waar geloofde je toen nog in? Waarom dacht je toen dat het werk je gelukkig ging maken? De kantoorcultus? Of hield je na je scriptie gewoon heel veel van typen?

Religie is de opium van het (werk)volk. We zijn aan boord gestapt van een sneltrein en te lang blijven zitten, bestemming onbekend. We dachten niet zo goed na over wat we gingen typen maar waren vooral blij dat we zo hard konden typen. Het was gewoon veel typen en veel verdienen.

Maar net zoals opeisbare vorderingen nodig zijn voor het verhandelen van geld, is oprechte interesse nodig voor gemotiveerd werkvolk. Tekorten op de balans worden nu aangevuld door staatssteun. Hoe vullen wij werknemers het tekort aan op de mentale balans? De Thomaskerk beleeft tegenwoordig hoogtijdagen onder het mom van “zingeving op de zuidas”. Misschien een idee?

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire berichten van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …