Doorgaan naar hoofdcontent

Pinpassenleed

De bij een bank werkend mens heeft veel te verduren. Twee jaar geleden kreeg je op verjaardagen buiten de Zuidas klachten over de gebrekkige pinpassen. Ze doen het niet goed bij de NS kaartenautomaat, bij het minste of geringste worden ze ingeslikt en bij overmaat van ramp moet je ook nog betalen voor de vervanging ervan. Pinpassenleed alom en iedereen kan er over meepraten. Meestal eindigden de gesprekken nog in een goedmoedig gelach. Met de crisis werden de onderwerpen serieuzer en de sfeer grimmiger. De aandelenportefeuille was met 50% geslonken, iedereen heeft vrienden van vrienden die werkloos zijn geworden en iedereen kent ook een ondernemer die failliet is gegaan.
Afgelopen weekend was ik wederom in het zuiden van het land op een verjaardag en tot mijn verbazing was het redelijk stil rondom de bancair getinte onderwerpen.
Geen Neelie, Dirk, Gerrit, Nout of Pieter.
Het is mensen te ingewikkeld geworden, het overzicht is verloren gegaan en er kan niet zonder meer een kant worden gekozen.
Pieter die theatraal en rebels de klanten van DSB oproept om hun geld weg te halen. “Goed zo! Ze verdienen het om failliet te gaan”. Of toch niet? Gewone mensen die ook hun geld kwijt raken, mensen die hun baan verliezen en AZ zonder de vertrouwde shirtjes. Neelie die het goed voor heeft met de consument, dus moet HBU verkocht worden, of toch niet? Nog een buitenlandse bank die in Nederland voet aan de grond krijgt en ook hier weer mensen die hun baan verliezen.
De verjaardag loopt op zijn eind en er verschijnt toch nog een onderwerp dat mijn werk aangaat. De chipknip. Mijn tante heeft 150 euro op haar chipknip staan, maar de chipknip doet het niet meer. Om het te regelen moet ze naar een bankkantoor, maar haar kantoor is net gesloten. Nu snijdt ze een onderwerp aan waar iedereen over mee kan praten. Al het gezeur teruggebracht tot de chipknip. Lekker overzichtelijk.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire berichten van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …