Doorgaan naar hoofdcontent

Irritaties

Mijn kamergenootje, laten we haar Brillie noemen, heeft twee irritante eigenschappen.
Eigenschap 1: ze woont op kantoor. Hoe vroeg ik op mijn meest ijverige dagen ook op kantoor verschijn, zij zit er altijd net een half uur eerder, “om in alle rust aan mijn publicatie te werken” slist deze overachiever dan. Het maakt niet uit hoe laat ik ‘s avonds naar huis ga, zij blijft altijd langer om nog wat af te maken. Als een bebrilde memomachine ramt ze dertien uur per dag de ene na de andere briljant juridische notitie uit de printer. Dit tot grote tevredenheid van de partner van onze sectie, die in zijn handjes wrijft met zo’n gouden combinatie van juridisch brille, werklust en de volledige afwezigheid van een eigen leven. Eigenschap 2: ze eet aan haar bureau. Brillie’s lunchkeuze beperkt zich in de regel tot boterhammen met pindakaas. Met uitzondering van vrijdag, want dan staat er haring op het menu. Omdat ze verkleefd is met haar toetsenbord en in beginsel alleen opstaat voor urgente wc breaks, sprint ze elke dag om half een naar de lunchruimte en weer terug naar haar bureau. Zo kan ze met haar rechterhand meteen op inkomende cliĆ«ntverzoeken reageren, terwijl ze met haar linkerhand haar broodje haring naar binnen drukt. Het hele proces duurt vier momenten tops, maar de pindakaas/vis lucht walmt nog de hele dag na.
Op kantoor worden kleine ergerlijke eigenschappen van collega’s al snel tergende irritaties van het kaliber "nagels over schoolbord krassend". De gedwongen aardigheid en tolerantie die je voor je kantoorgenoten moet opbrengen maakt zulke frustraties alleen maar groter. De truc is om temidden van zulke ergernis een glimlachende Zen-yogi te blijven.

Dus als ik tegenwoordig bij aanblik van Brillie en haar broodjes pindakaas buitenproportionele haat op voel borrelen, probeer ik me net als mijn beeldige en serene yogalerares op mijn ademhaling te richten. Adem in, hmmm, en houd die pindakaaslucht vast, en adem uit, pfffff.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …