Doorgaan naar hoofdcontent

De schoonmaker

Ik heb sinds kort een schoonmaker. En met schoonmakers is het net als met baby’s, je snapt pas waar al je vriendinnen het over hebben, als je er zelf ook een hebt.
Al een tijd lang is de schoonmaker een vast onderwerp op borrels en partijen. Eerst passeert werk de revue, daarna de vriend of scharrel en tenslotte komt de ‘schoonmaker’ aan bod. De schoonmaker is een interessant onderwerp omdat ze in vele soorten en maten te vinden zijn.
Je hebt vrouwelijke en mannelijke schoonmakers. Je hebt schoonmakers uit Peru, Filippijnen, Brazilië, Nederland, Duitsland en Roemenie. Je hebt schoonmakers die het schoonmaken als een kunst zien en je hebt schoonmakers die het verschil tussen een plumeau en een dweil niet kennen. Vooral die laatste soort schijnt veel te bestaan. En dit is ook de meest veelbesproken soort.

Zo heb ik vriendinnen die hun schoonmaker testen door een haar op de muur van hun badkamer te plakken. Als de haar er nog zit na de schoonmaakbeurt is het einde oefening. Anderen vragen consequent aan hun schoonmaker om de was te draaien op de langstand en op te hangen. Op die manier weten ze zeker dat zij de afgesproken 3 uur aanwezig is geweest. Weer anderen doen ‘inval’ bezoeken in hun eigen huis. Dit plannen zij tijdens hun lunchpauze. Dit heeft hilarische momenten opgeleverd. Een vriendin vond, tijdens een inval, haar schoonmaker in bed met een vreemde kerel.

Dus na alle verhalen was ik voorbereid op het ergste. Ik ging er van uit, dat mijn huis nog viezer zou zijn na de schoonmaakbeurt , dan er voor.
Zonder verwachtingen opende ik dan ook aan het einde van de eerste schoonmaakdag mijn deur. En ik stapte binnen, in een blinkend en heerlijk ruikend paleisje. In die drie jaar dat ik hier nu woon heb ik mijn huis nog nooit zo schoon gezien. Zelfs de oven die nog nooit door mij was schoongemaakt blonk.

Ik was teleurgesteld. Wederom kan ik niet meepraten over dit onderwerp.
.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …