Doorgaan naar hoofdcontent

Cliëntenlunches

Vorige week had ik er weer eentje: een lunch met cliënt. Dit keer geen zakelijke bespreking op kantoor opgevrolijkt door de dagelijkse culinaire uitspatting van de catering. Nee, dit was een echte drie-gangen lunch, buiten de deur.  Met niets zakelijks te bespreken.

 

Deze lunch was “voor de leuk.” Althans, zo werd mij voorgehouden door de partner die mij op sleeptouw nam. Een beloning, als dank voor al mijn harde werken (lees: schuldgevoel afkopen voor al mijn avonden verloren aan zijn neuroses en slechte planning). En natuurlijk even “de banden aanhalen” met cliënt, want ook op de volgende declaratie die zij aftikken moet natuurlijk weer ons logo staan.

 

Twee uur lang in een restaurant met drie vijftigers die niets met elkaar gemeen hebben behalve werk en een stilzwijgende afspraak om het dáár niet over te hebben. Ik stond te springen.

 

Gelukkig was het in werkelijkheid nóg erger dan ik gedacht had. Gespreksonderwerpen die de revue passeerden waren suprematische kunst (kon ik niet over meepraten), over het bedrijf van cliënt twintig jaar geleden (kon ik niet over meepraten), de advocatuur twintig jaar geleden (kon ik niet over meepraten) en plannen voor aankomend weekend (wilde ik verder geen uitlatingen over doen in dit gezelschap).

 

Na twee uur beleefde lachjes, knikjes en af en toe instemmend ge-“hmmm” stond ik gelukkig weer heelhuids buiten. De gebruikelijke beleefdheden waren uitgewisseld, de handjes geschud en ik wilde nét opgelucht ademhalen toen de cliënt zich nog even omdraaide.Trouwens, volgende week is het Grote Opperhoofd in het land…. Misschien leuk om hem ook nog even te ontmoeten…

Hij was nog niet uitgemijmerd of mijn partner stond al te juichen als een kind in een snoepwinkel. Ik zal mijn secretaresse meteen een lunchafspraak laten inplannen voor volgende week riep hij terwijl hij bijna huppelend het verzoek door-blackberry-de.

 

Op mijn beurt kon ik nog net een vreugdedansje onderdrukken. Wie had gedacht dat lunchen nog vermoeiender kon zijn dan werken… just my luck!

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …