Doorgaan naar hoofdcontent

Ondernemen of toch niet?

Eigenlijk zit er in ieder van ons een ondernemer. We zitten als rasechte ondernemer vast in het lichaam van een loonslaaf. En er zit niet zo maar een ondernemer in ons. Nee. Eentje die hele goede ideeën heeft en bakken met geld verdient. Er zit namelijk een zeer succesvolle ondernemer in ons.

Dus lezen we vol enthousiasme het FD met alle goede tips van Annemarie de Gaal en voor onze internetondernemingsplannen lezen we Robert Gaal. Als zij het kunnen, dan kunnen wij het toch zeker ook?

Terwijl we ons saaie werk zitten te doen, zitten we te broeden op plannen om een eigen galerie te beginnen, een reisbureau voor vegetarische spirituele reizen te openen of om een schoonheidssalon over te nemen.

In ons hoofd is ons businessplan al klaar. Tussen het urenschrijven en papierschuiven door zetten we beetje voor beetje ons plan op papier. We maken een SWOT analyse, we doen onderzoek naar onze doelgroep en we maken een mooie excel sheet met prognoses voor de komende drie jaar. Al dit geplan en gedroom maakt het werk nog enigszins draaglijk. Het einde is in zicht en er wacht ons een leven als succesvolle ondernemer. Nog even en we worden geïnterviewd door het FD en door de Marie-Claire. Misschien komen we wel op DWDD met ons uiteraard mega-succesvolle bedrijf.

En dan is het de 10e van de maand.

De hypotheek wordt afgeschreven. En de 16e van de maand, de veel te hoge studieschuld moet terugbetaald worden. Op de 18e wordt je hoge telefoonrekening afgeschreven en op de 20e wordt je creditcard, die je vorige maand hebt gebruikt, omdat je geld te kort kwam, afgelost.

Maar gelukkig breekt de 27ste van de maand ook weer aan. De dag dat je loon weer netjes op je rekening wordt gestort om al je schulden te vereffenen en om nog even dat ene jurkje bij Raak te kopen en het perfecte chalet voor wintersport met kerst te boeken.

Dat ondernemingsplan moet nog maar even wachten.
.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …