Doorgaan naar hoofdcontent

"Een goede dag"

“Ben je net bij hem geweest?”
“Yep..”
“En, is ‘ie een beetje in een goede bui?”
“Ja. Als je iets gedaan moet hebben, is dit de dag. Hij is in een goed humeur.”
“Ok. Ik wil namelijk in januari nog een week gaan skiën en ik heb nog geen vrij gevraagd.”
“Dit is je kans”
“Ok, vertel het nog verder even aan niemand, dan ben ik de eerste met een verzoek.”


Mijn baas is zelden in een goede bui en als die in een goede bui is dan wordt dit breed aangekondigd op de afdeling. Een collega komt dan na zijn gesprek met onze baas de deur uitlopen. Doet de deur zachtjes achter zich dicht en steekt zijn duimen de lucht in. It’s safe to go in. Gelijk springt de eerste kandidaat van zijn stoel en rent naar de deur. Wij weten dat er maximaal drie en misschien vier verzoeken gedaan kunnen worden per ‘goede dag’, dus is het survival of the fastest.
Degene die dicht bij de deur zitten, maken de meeste kans. Dicht bij de deur zitten heeft weer andere nadelen, maar het scheelt in dit geval wel een paar milliseconden voorsprong. Net genoeg om die dag vrij te regelen of om te zeggen, dat project X. toch is uitgelopen.
De vijfde die het toch nog probeert weet dat hij een risico loopt. Net als op ‘gewone’ dagen is het antwoord op ieder verzoek ‘Nee’ of een moeilijke blik gevolgd door een diepe zucht en een kruisje achter je naam ‘Niet geschikt’.
Nee, beter is het om te wachten tot er weer een ‘goede’ dag aanbreekt. Helaas zit dat er deze winter niet meer in.
.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …