Doorgaan naar hoofdcontent

Visitekaartje

Als je begint te werken op de Zuidas krijg je na de eerste week je visitekaartjes uitgereikt. Een mooi knisperend, vaak -sober doch stylish- wit, kaartje met jouw naam erop en prominent in beeld het logo van het kantoor waar je werkt. Heerlijk om jouw naam en functie zo gedrukt op papier te zien staan. Erkenning at last.

Een visitekaartje of businesscard is niet alleen voorbehouden aan degenen met cliëntcontact. Ook de rest van het bedrijf heeft recht op een businesscard. Het liefst per 500 besteld. De meeste werknemers doen er hun hele werkende leven over om die 500 kaartjes er doorheen te jagen, maar dat doet er niet toe. We nemen het ruim op de Zuidas.

In het begin vraag je je af aan wie je de kaartjes moet uitreiken. Die vraag is snel beantwoord als je een paar weken verder bent.
De businesscard wordt namelijk gebruikt als een soort corporate groet. In Peru groeten sommige inheemse stammen elkaar door het uitwisselen van cocabladeren. Op de Zuidas wisselen we visitekaartjes uit.

Het maakt niet uit aan wie. Aan Zuidassers, die je hebt ontmoet in Oliver’s. Aan potentiële scharrels, die je tegen het lijf bent gelopen op de vrijmibo in de Blauwe Engel. Aan recruiters die high potentials (you!) werven op de Zuidas. Zelfs aan collega’s die bij jou op kantoor werken, maar die je nog niet eerder hebt ontmoet.

Een visitekaartje overhandig je altijd met een serieuze blik: “Hier zijn mijn contactgegevens. Mocht je nog vragen hebben dan kun je mij altijd bellen of mailen.”
In 90% van de gevallen spreek je degene nooit meer.

Het overmatige gebruik van businesscards geeft aan dat Zuidassers een korte aandachtsboog hebben of dat ze zich niet genoeg voor hun gesprekspartner interesseren om een naam te onthouden.

Mijn 500 visitekaartjes heb ik dan ook nog steeds in mijn la liggen. Min 1, die hangt aan de muur bij New King op de Zeedijk. De enige nuttige plek voor een visitekaartje.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …