Doorgaan naar hoofdcontent

Op de bevallingsboerderij

Ik ben eind twintig en heb nog geen kinderen. Zelfs geen kloppende eierstokken. En na het zien van de film Genpin zijn die helemaal vakkundig in elkaar gestompt.

Het was weer Wayfarer’s spotten en hoedjes tellen op het IFR (de obligaat artsy afkorting voor het Rotterdam filmfestival). Het Zuidas gehalte was laag. Bezoekers bestonden grotendeels uit schimmige regisseurs en andere incrowd. Dat was misschien al een teken aan de wand. Volgens de IFR website was Genpin “een po√ętische film voor vrouwen die kinderen willen, hebben of zouden willen hebben.”

Ik zou het anders willen formuleren.

Genpin houdt het midden tussen Het Kleine Huis op de Prairie en een Japanse horror. Een art house bewerking van het SBS programma de Bevalling. Ofwel, een zeer adequate vorm van anticonceptie. Maar wel een film naar de Nederlandse moedermaffia haar hart.

We keken mee over de schouder van dokter Yoshimura Tadashi (verschrompeld, jaren vijftig bril) in zijn bevallingsboerderij in de bossen. Die had de antroposofische gynaecoloog daar niet voor niets verstopt. Vrouwen die zich bij deze sekte lieten opnemen deden ‘het nieuwe bevallen’. Zij begonnen met dagelijkse obscure seances waarin dokter Tadashi vertelde dat lastige bevallingen altijd het resultaat zijn van onze cultuur. Gebrek aan rust. Gebrek aan oefening. Stuitligging of niet, een bevalling kon altijd natuurlijk! Daar hoefde je niet voor te puffen en ook niet voor te schreeuwen. En iedereen mocht er gewoon bij zijn, kinderen inclusief. “Hai” gilden de vrouwtjes en gooiden de handen instemmend in de lucht.

Daarna gingen ze aan de slag. Houthakken zouden ze! En deep squats. Minimaal 300 per dag! En terwijl ik de hoogzwangere manga poppetjes vaker zag squatten dan de Antillianen in m’n gym, wist ik dat het nog wel eens een heel beangstigend filmavontuur kon worden. En inderdaad: vrouwtjes die bijna ontploften maar toch moesten wachten tot hun negenponder vanzelf naar beneden zakte. En dan ook niet mochten puffen. Huilende kleuters aan het bed van hun openscheurende moeder. Die a la Bree van der Kamp geen krimp gaf, maar enkel haar ogen ten hemel sloeg en “Arrrrigaaaaaaaatoooooooooooooo” uitstootte als het kind er was.

Dat was nog het meest aangrijpende deel van de film. Ik leefde erg met de kleuters mee. Ik hoop dat ze er ooit nog bovenop komen. Met mij gaat het inmiddels wel weer. De kreet "Arrigaatoooo" bleef nog een paar dagen hangen maar ik ben bijna weer toe aan lichamelijk contact.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …