ZoZuidAs is opgezet door drie jonge vrouwen. Temidden van turbulente tijden zijn wij onze carrière begonnen op de Zuidas als advocates en bankier. Het is geen Londen, het is geen New York, maar de Zuidas staat voor een beetje zakelijke glamour in de polder. Wij beschrijven wat er leeft op die vierkante kilometer kantoorspeeltuin bij het WTC, want we kennen het wel en wee van de Zuidas van binnenuit. De kredietcrisis liet ook de Zuidas niet onberoerd. Na 3 maanden dalende billables en dagelijks terugkerende hyvesmarathons, hadden wij tijd en inspiratie om onze habitat wat beter te bekijken. Onze observaties plaatsen we sinds 2009 online. Geniet ervan en stuur de posts door! Onze stukken verschijnen o.a. in Glamour. Voor tips en commentaar zijn we te bereiken via zozuidas@gmail.com







dinsdag 8 februari 2011

Op de bevallingsboerderij

Ik ben eind twintig en heb nog geen kinderen. Zelfs geen kloppende eierstokken. En na het zien van de film Genpin zijn die helemaal vakkundig in elkaar gestompt.

Het was weer Wayfarer’s spotten en hoedjes tellen op het IFR (de obligaat artsy afkorting voor het Rotterdam filmfestival). Het Zuidas gehalte was laag. Bezoekers bestonden grotendeels uit schimmige regisseurs en andere incrowd. Dat was misschien al een teken aan de wand. Volgens de IFR website was Genpin “een po√ętische film voor vrouwen die kinderen willen, hebben of zouden willen hebben.”

Ik zou het anders willen formuleren.

Genpin houdt het midden tussen Het Kleine Huis op de Prairie en een Japanse horror. Een art house bewerking van het SBS programma de Bevalling. Ofwel, een zeer adequate vorm van anticonceptie. Maar wel een film naar de Nederlandse moedermaffia haar hart.

We keken mee over de schouder van dokter Yoshimura Tadashi (verschrompeld, jaren vijftig bril) in zijn bevallingsboerderij in de bossen. Die had de antroposofische gynaecoloog daar niet voor niets verstopt. Vrouwen die zich bij deze sekte lieten opnemen deden ‘het nieuwe bevallen’. Zij begonnen met dagelijkse obscure seances waarin dokter Tadashi vertelde dat lastige bevallingen altijd het resultaat zijn van onze cultuur. Gebrek aan rust. Gebrek aan oefening. Stuitligging of niet, een bevalling kon altijd natuurlijk! Daar hoefde je niet voor te puffen en ook niet voor te schreeuwen. En iedereen mocht er gewoon bij zijn, kinderen inclusief. “Hai” gilden de vrouwtjes en gooiden de handen instemmend in de lucht.

Daarna gingen ze aan de slag. Houthakken zouden ze! En deep squats. Minimaal 300 per dag! En terwijl ik de hoogzwangere manga poppetjes vaker zag squatten dan de Antillianen in m’n gym, wist ik dat het nog wel eens een heel beangstigend filmavontuur kon worden. En inderdaad: vrouwtjes die bijna ontploften maar toch moesten wachten tot hun negenponder vanzelf naar beneden zakte. En dan ook niet mochten puffen. Huilende kleuters aan het bed van hun openscheurende moeder. Die a la Bree van der Kamp geen krimp gaf, maar enkel haar ogen ten hemel sloeg en “Arrrrigaaaaaaaatoooooooooooooo” uitstootte als het kind er was.

Dat was nog het meest aangrijpende deel van de film. Ik leefde erg met de kleuters mee. Ik hoop dat ze er ooit nog bovenop komen. Met mij gaat het inmiddels wel weer. De kreet "Arrigaatoooo" bleef nog een paar dagen hangen maar ik ben bijna weer toe aan lichamelijk contact.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen