Doorgaan naar hoofdcontent

Schrijfster Daphne Huisden (22)

Met haar tweeëntwintig jaar is ze een van de jongste debutanten in Nederland. Eind oktober verscheen haar debuutroman Alles is Altijd Fictie bij uitgeverij Prometheus. Wij waren onder de indruk en vroegen om haar nummer. Afgelopen week mochten we langskomen (en mee-eten) in Rotterdam Noord. Daphne vertelde over haar jeugd in achterstandswijk Delfshaven, het afbreken van haar studie en haar keuze zich full time te wijden aan het schrijversvak. Hieronder een verslag.


Klein en tenger. Dikke, zwarte krullen. Daaronder twee felbruine ogen, zonder make-up. Gehuld in een lang grijs vest zit ze in kleermakerszit op de bank. Haar gebaren zijn rustig, ingetogen. Surinaamse vader, Nederlandse moeder. Onmiskenbaar knap. Toch voelt Daphne Huisden zich een buitenbeentje. Regelmatig kijkt ze even weg. “Ik houd de wereld liever op een afstand. Verdwijn in een boek of in mijn eigen hoofd. Dan hoef je niet te veel van jezelf te laten zien.”

Woont in een kraakpand met veel te veel boeken
Daphne woont met vriend Salih Kilic (24) in een kraakpand in het Oude Noorden, Rotterdam. De gaskachel snort in de hoek. Een groenfluwelen sofa wordt geflankeerd door een verschoten fauteuil. “Alles wat hier staat hebben we gekregen van andere mensen. Oude troep waar ze vanaf moesten.” Zelf heeft Daphne niet veel spullen. Behalve boeken. “Ik heb een boekverslaving. Ik koop altijd veel te veel boeken. Boeken uit de bibliotheek zijn nou eenmaal niet hetzelfde. Ze ruiken anders.”
Haar leesdrift heeft Daphne van haar moeder meegekregen. “Mijn moeder nam me als kleuter al mee naar de bibliotheek. Ik wilde de hele bibliotheek leeg lezen, net als Mathilde uit het boek van Roald Dahl. Verslond hele stapels per week.”

Groeide op in een arme buurt
Bijzonder voor een meisje dat opgegroeide in de Rotterdamse achterstandswijk Delfshaven. In haar gymnasiumklas op het Rotterdams Lyceum, een ‘zwarte school,’ zat welgeteld één klasgenoot wiens ouders hadden gestudeerd. “We woonden in een smal huisje met drie verdiepingen, een lange open trap en een voordeur. Ik voelde daardoor altijd dat er iemand in de buurt was. Mijn vader was arbeidsongeschikt. Overdag zat hij op me te wachten als ik thuiskwam uit school. Af en toe ging hij naar de kroeg. Mijn vader hield van de kroeg. Voordat hij het huis verliet keek hij dan eerst vier keer op zijn horloge en herhaalde waar hij naartoe zou gaan. Hij vond het belangrijk dat er iemand bij me was. Ik voelde me altijd beschermd."

Tussen dronkaards en andere ‘bijzondere mensen’
Haar vader was geen lezer. “Mijn vader heeft jarenlang de wereld over gevaren en ging daarna werken in de haven van Rotterdam. Toen hij een hernia kreeg en arbeidsongeschikt werd, stortte hij zich in het vrijwilligerswerk. Hij ving mensen op die het moeilijk hadden.” Dronkaards en andere ‘bijzondere mensen.’ Zoals de Italiaanse dame met snor, die eigenlijk een man wilde zijn. Of een oude man met extreme bewaardrift, een lange baard geel van nicotine en een grot van papier-maché in zijn huis. Veel karkaters in Daphne’s werk zijn te herleiden tot de ‘bijzondere mensen’ die Daphne tegenkomt. “Ik vind rare mensen veel leuker dan gewone mensen. Gewone mensen zijn saai.”

Werd beschermd opgevoed
In de derde klas kreeg haar vader lymfeklierkanker. Hij overleed na een ziektebed van een jaar. Daphne was toen zestien. “Dat was zwaar. Ons huisje was zo open en klein, daardoor viel het extra op. Ik verwachtte steeds dat ik hem zou zien zitten als ik de trap af kwam. In die tijd ging ik nog maar twee dagen per week naar school. Ik vond het nutteloos. Op school gaven ze niets extra’s mee. De lesstof kon ik net zo goed zelf uit boeken halen. School ging alleen om reproduceren. En ik kan niet tegen regels, ik houd van vrijheid.” De droom om advocaat te worden die ze eerder koesterde, had ze inmiddels laten varen.

Protesteerde bij de G8
Daphne had het idee dat ze haar tijd nuttiger kon besteden. Door te lezen of te protesteren met de Internationale Socialisten, een radicaal linkse jongerenbeweging waarin ze actief was. Daar ontmoette ze zes jaar geleden haar eerste en enige liefde Salih. “Gingen we met zijn allen naar Schotland, demonstreren bij de G8. Ik was toen zo’n Nirvana meisje, heel zwaar op de hand. Salih het tegenovergestelde, zo’ n heel blij type. Ik was toen nog heel idealistisch. Nu niet meer. Er gebeurt iets vreemds met mensen in een grote groep. Dan vervallen ze heel snel in een bepaalde rol. Dat wordt dan zo’ n opgelegd kader. In groepen vervul ik liever de rol van toeschouwer. Ik speel altijd een rol. Waarom? Ik denk veel na, zwem altijd tegen de stroom in. Dan is het soms gemakkelijker niet te veel van jezelf te laten zien. Zo houd je meer ruimte over voor jezelf. Als je vlucht in je eigen hoofd wordt de wereld zoveel groter. Datzelfde gevoel van vrijheid ervaar ik bij het lezen of schrijven van een boek. En misschien doe ik het ook wel uit zelfbescherming.”

Stopte met haar studie
Na het gymnasium ging ze studeren in Leiden. “Na school verwachtte ik dat we onze geest gingen slijpen op de universiteit, zeker met een studie filosofie in Leiden. Dat we weer begonnen met nadenken. Maar op de universiteit zit iedereen in een keurslijf. Juist in Leiden.” Na drie maanden stopte ze met haar studie. Ze voelde toen een enorme druk om iets van haar leven te maken. “Ik dacht alleen maar, straks ga ik dood en dan heb ik niets bereikt. Ik begon te hyperventileren uit angst voor een hartaanval. Af en toe sloeg mijn hart letterlijk op hol. Een illusionist leerde mij om me te concentreren op geluidjes. Nog steeds vind ik het lastig om te ontspannen. De angstaanvallen verergeren mijn drang om me nuttig te maken, om iets te doen met de tijd die je hebt gekregen. Ik leg de lat heel hoog voor mezelf. Ben altijd bezig met de toekomst. Mijn debuut noem ik steeds ‘mijn vorige boek,’ terwijl ik amper drie weken geleden aan het volgende boek ben begonnen, haha."

Kreeg eerst afwijzingen
Nadat ze met haar studie was gestopt, begon ze meteen met schrijven. Eerst naast een saai baantje op kantoor. “Ik weet niet precies wat de mensen daar deden. Iets met certificeringen. Ik geloof niet dat de mensen zelf precies wisten wat ze daar deden. Ze kwamen daar binnen met de gedachte: ’Ik ga hier nu even acht uur volmaken’. En ik kon ze de hele dag observeren vanachter de receptie. Heerlijk vond ik dat. Ik ben dol op kantoorhumor.”
De eerste hoofdstukken die ze naar uitgevers verstuurde, werden consequent afgewezen. Na de vierde afwijzing nam ze een beslissing. Het roer ging om. Het kon en moest beter. In november 2009 nam ze drie weken vrij om het boek helemaal te herschrijven. Dag en nacht werkte ze door in haar schrijfkamer op de derde verdieping van het tochtige kraakpand. “Af en toe was ik helemaal verstijfd. De kachel werkt daar niet goed. Ik droeg skisokken en twee fleece truien over elkaar. Ik kwam in een heel raar ritme terecht, raakte in een soort roes. Dan moest Salih ’s ochtends komen vragen hoe lang ik mijn lenzen al in had.”

En toen succes!
Niet zonder resultaat. Sinds afgelopen oktober is Daphne ‘gepubliceerd auteur.’ Alles is altijd fictie is goed ontvangen en Daphne heeft Aaf’s column in de Volkrant de afgelopen weken overgenomen op vrijdag.
“Ik had nooit eerder de ambitie om een column schrijven. Maar dit leek me wel een mooie plek om te beginnen. Daarna zie ik wel wat er komt. Voorlopig richt ik me op mijn tweede boek. Alleen ga ik nu proberen te werken in een wat normaler ritme (glimlacht).”

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire berichten van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …