Doorgaan naar hoofdcontent

Sfeerspons

Mijn collega is een sfeerspons. Hij zuigt het beetje lol en plezier dat we nog hebben tijdens de lunch, zo onder de gezellige kibbelings en geitenkaassalades (zonder komkommer) vandaan.
Een beetje zoals de dementors uit de Harry Potter Reeks, die hun slachtoffers koud en zonder levenslust achterlaten. Zo laat deze collega ons zonder plezier en sfeer aan de lunchtafel achter. Just, by being there. Iedere dag weer hopen ik en mijn collega’s weer dat hij verstek laat gaan. Maar iedere dag schuift hij aan.
Met een lang gezicht zet hij zijn dienblad op tafel. ‘Eet smakelijk’.
Hij gaat zitten zonder verder aanstalten te maken een gesprek op gang te brengen of te houden. In het begin probeerden we het nog wel.
‘Goh. Lekker weekend gehad?’ of ‘Lekker weertje vandaag. Ga je nog iets leuks doen vanavond?’ Na een paar keer summier ‘Ja, heel lekker’ en ‘Nee’ van zijn kant, hield het voor ons ook op.
We worden steeds inventiever in het vermijden van deze collega. Zo gaan we stiekem iets vroeger lunchen of soms heel snel buiten de deur. Maar de collega is niet te vermurwen. Hij weet ons feilloos te vinden.
De sfeerspons zorgt er voor dat de gesprekken een stil vallen. Dus zitten we een half uur ongemakkelijk om ons heen te kijken en af en toe algemeenheden uit te wisselen.
‘Ja. Was erg druk vandaag’ en ‘Goh. Die verbouwing bij het station duurt al wel een poos he?’
Niemand durft meer echt persoonlijk te worden. Als er een persoon is die niet deelt, zorgt dat er voor dat niemand meer gaat delen. Quid pro quo. Zo zijn we dan ook wel weer. Ik deel met jou dat ik op vakantie ga naar Ibiza, dan wil ik ook weten wat jij uitspookt tijdens je vakantie. Een persoon aan tafel die weigert deel te nemen in dit sociale proces stokt dat proces. Niemand deelt meer.
Uiteraard wil men delen, dus vinden de gesprekken plaats als de collega er niet is. Bij het koffiezetautomaat, op de kamer bij een paar collega’s en in de gangen.
En aangezien er geen leeg bakje kibbeling is, dat het einde van de lunch aankondigt, wordt er meer en voornamelijk langer gedeeld dan noodzakelijk.
Dit komt de productiviteit niet ten goede.
De sfeerspons vormt dan ook een operationeel risico voor onze afdeling. Zonder hem zouden we een stuk efficiƫnter en effectiever zijn.
Operationele risico’s moet je elimineren of mitigeren weet ik. Mijn manager lijkt het niet te deren. Hij doet niks en laat ons lekker in onze eigen sop gaarkoken.

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …