ZoZuidAs is opgezet door drie jonge vrouwen. Temidden van turbulente tijden zijn wij onze carrière begonnen op de Zuidas als advocates en bankier. Het is geen Londen, het is geen New York, maar de Zuidas staat voor een beetje zakelijke glamour in de polder. Wij beschrijven wat er leeft op die vierkante kilometer kantoorspeeltuin bij het WTC, want we kennen het wel en wee van de Zuidas van binnenuit. De kredietcrisis liet ook de Zuidas niet onberoerd. Na 3 maanden dalende billables en dagelijks terugkerende hyvesmarathons, hadden wij tijd en inspiratie om onze habitat wat beter te bekijken. Onze observaties plaatsen we sinds twee jaar online. Geniet ervan en stuur de posts door! Onze stukken verschijnen ook wekelijks op de Londense website Here is the City en in het Financieele Dagblad. Voor tips en commentaar zijn we te bereiken via zozuidas@gmail.com



donderdag 28 juli 2011

OK Go


Hoe cool is dit! We kennen de rockband OK Go al van de coole clips die in een take zijn genomen. De muziek is lekker, maar de clips maken de band. Maak je eigen clip hier. Wel alleen als je Google Chrome hebt... En oh ja het nummer heet: All is Not Lost.

Lees meer!

Zomervakantie


De zomervakantie is aangebroken. We begonnen in Midden, daarna was Zuid aan de beurt en over ongeveer een week staat Noord met de sleurhut in de file naar Frankrijk. Ik weet dit. Niet omdat ik mijn middelbare school diploma nog moet halen, maar omdat mijn collega’s het al maanden over de schoolvakanties hebben.
De schoolvakanties zijn voor ouders met schoolgaande kids een hot topic. De schoolvakanties worden steeds langer, klagen alle ouders en de vakantiedagen schieten te kort. We willen ook nog skiën met de krokus en de herfstvakantie moet ook ingevuld worden . Dus zit je met een probleem. Een zes (hopelijk) warme weken lang probleem. En dat moet opgelost worden met een week weg, lange weekends en af en toe wat eerder naar huis. Tussen deze activiteiten door moet er ook nog worden gewerkt.
Dat is vervelend. Dat begrijp ik. Maar strikt genomen, is dat niet mijn probleem.

Nu ben ik niet van het a-collegiale soort. Maar al die jaren op de Zuidas hebben mij geleerd om voor mijzelf te zorgen. Enigszins treurig zie ik u denken en dat is ook zo. Ergens in de schaal van 1 op 10 waar 1 betekent -ik kan jouw kantoor-kop niet luchten of zien- en 10 betekent – Jullie zijn mijn BOF (Best Office Friends) en zaterdag staan we samen Prosecco te hakken in de Jimmy-, schaal ik mijzelf in op een vijf en een half. Een voldoende dus voor collegialiteit. Maar als het op zomervakanties aankomt kan ik de kantoorkoppen met schoolgaande kids even niet luchten.

Al een jaar van te voren hebben deze mensen hun vakantiedagen geclaimd. Er vindt onderling overleg plaats wanneer wie weg kan gaan, maar ze gaan er van uit, dat ik, kinderloos en dus inspraakloos, prima de zomer door kan werken.
Dat ik ook wel eens in de zomer op vakantie zou willen, komt niet in ze op. ‘Heerlijk toch, zo zonder kinderen Kun je lekker buiten het hoogseizoen reizen. Ik ben jaloers.’ Claimt de ouder. ‘Dus jij bewaakt het fort?’ komt er dan gedachteloos achteraan. En dat is ook wat ik de afgelopen jaren heb gedaan. Het fort bewaken.

Terwijl ik de lange zomerdagen op facebook en foursquare mijn vrienden in het park, op het strand of het terras zie hangen zit ik in de airco telefoniste te spelen, omdat alle collega’s hun lijnen naar mij hebben doorgeschakeld. Lekker dan. Mijn vriendinnen vertrekken last minute deze zomer naar de Ardennen, maar ik kan niet mee. Dat had ik vorig jaar al in moeten plannen. Iedereen is weg en het glazen fort moet bewaakt worden. Helaasch.

Ik hoorde laatst iemand het idee opperen om flexibele vakantiedagen voor schoolgaande kinderen in te voeren. Een beetje het nieuwe werken, maar dan voor zes-jarigen. Geen idee wat daar de consequenties van zouden zijn en of het haalbaar is. Ik zie het in ieder geval wel zitten. Ouder blij. Kind blij. En niet geheel onbelangrijk: Collega blij.
.
Lees meer!

dinsdag 26 juli 2011

Collega’s niks te melden?


Stomgeslagen in de lift? Gedwongen aan de lunchtafel met een langzaametende collega en uitgepraat over het weekend?
Elke week zijn er op kantoor een aantal trending topics, waar je collega's de hele week dezelfde opmerkingen over herkauwen als een groepje schaapjes onder een golfplaat. Hoofdthema's voor deze week zijn: #Regen, #Amy Winehouse, #Noorwegen. Opmerkingen kunnen in willekeurige volgorde worden toegepast. Beeeeeh.


Regen
Tjeezus, die regen.
Het begint weer te regenen.
Het lijkt wel herfst.
Zondag was het echt erg.
Is dat je winterjas?
De hele dag gewoon. Bizar!
Is dit nou zomer in Nederland?
We hebben maar vijf warme dagen in mei gehad. Dat is gewoon niet genoeg.
Ik zou bijna de verwarming aan willen zetten.
Vanavond maar weer wat winterkleren in de kast hangen.

Amy Winehouse
Erg he.
Ja, (zuchten) Amy Winehouse he.
Zonde hoor.
Het was onvermijdelijk.
Shocking.
Het was zo'n talent.
Drugs he
Ze is ook nog zo jong.
Ik was al fan sinds haar eerste CD. Die heet Frank.
Ja, ik zag het wel aankomen.
Kurt Cobain en Janis Joplin, ook 27 he.

Noorwegen
Vreselijk, dat van Noorwegen.
Dan denk ik: wat denkt zo'n man dan?
Bizar, dat zo iemand ongestoord kilo's kunstmest kan bestellen.
Hij heeft dus make up op. Op die foto's. Daar schrijft ie over in dat manifest.
1600 pagina's, Bizar!

Dit is een greep uit ons repertoire. En nu jullie.
Lees meer!

maandag 25 juli 2011

ADATP 2011: singing in the rain

We were singing in the rain zaterdagmiddag in het Amsterdamse Bos. De modder maakte tapdansjes onmogelijk, maar het Gene Kelly gevoel zat er goed in. De ZoZa’s zijn niet van suiker. En massaal verdrinken onder dezelfde poncho schept een monsterverbond.

Op het fietsje door het Amsterdamse bos kwam het vakantiegevoel al snel boven. De Tour de France dames die ons aanmoedigden deden de zon toch nog een beetje schijnen op de lange fietstocht. Het nieuwe festivalterrein was verplaatst richting Amstelveen Noord, naar de rand van het Amsterdamse Bos. Daar was meer dan genoeg ruimte om de 20.000 bezoekers, twee keer zoveel als vorig jaar, soepel naar binnen te loodsen. Net zoals er genoeg ruimte was bij de kluisjes, voor de muntverkoop en op het terrein zelf. En genoeg natuurlijk ruimte om de vele Vespa’s te parkeren. Aan alles was gedacht om yup-amsterdam te verblijden.


Het maatje meer deed dit Amsterdam feestje geen kwaad. De lading bezoekers van buitenaf verdunde de spoeling oud corpsballen op het festivalterrein. Je kon met gerust hart drank gaan halen bij de Moet bar zonder te struikelen over een dominoreeks bekenden.

Voor de eerste 1000 bezoekers lag er een picknickmand klaar, maar de ZoZa’s hadden hun kleedje dit jaar maar thuisgelaten. Zeer verstandig, zo bleek tegen half vijf. De modderpoel voor het podium bood al snel geen solide ondergrond meer voor een stokje brie met een glaasje chateau du pape. Maar de bagger en ponchoparade veroorzaakten op heel eigen wijze dat festivalgevoel. Plastic tentdoeken gingen de lucht in voor het podium, de oranje eettenten veranderde in een partypit. Op de tafels, op de bankjes, onder de oranje luifels konden de festivalgangers zich al housend opwarmen aan hun buurman.

In de Amsterdam area, ofwel het Heineken colosseum, werd goed gedraaid. Bijkomstig voordeel was ook hier het haringen in een ton effect. Lekkerrrrr warmmm. Voor buitenspeelactiviteiten als de draaimolen en de stille disco vonden de ZoZa’s het wat te nat, maar de sfeer zat er goed in.

Bij de uitgang hebben de Zoza's nog getracht een man met aantrekkelijke Vespa te regelen, maar helaas werd het fietsen in een plensbui. Nu snotterig op werk. Het was het waard.
Lees meer!

dinsdag 19 juli 2011

De nieuwe-jij of niet?


Je hele leven ben je in de veronderstelling dat je een hippie bent. Je gaat graag naar Lowlands, vindt het heerlijk om te zingen bij een kampvuur en bent fan van Bob Dylan. Maar dan kom je erachter, dat je eigenlijk best wel gehecht bent aan materie. Dat je het fijn vindt om een huis te bezitten en een bedrag op je spaarrekening te hebben staan.Hele dagen op Ibiza om een strandvuur springen en onder de sterrenhemel slapen leek zo mooi, maar een warme douche en een vaste verkering is ook wel zo fijn. Dus laat je je dreads uitgroeien en zoek je een baantje op de Zuidas.

Of. Je denkt al 25 jaar dat je een brave kakker bent. Vanaf je vijfde draag je al Oilily en in je studententijd had je een roze Ralph Lauren, een blauwe capuchon trui en een Gaastra jas. Maar er begint iets te knagen. Die krakers, die nu uit hun huizen weggejaagd worden, zien er toch wel heel indrukwekkend uit. Die staan echt ergens voor. Hebben een passie, veel vrienden, een hond aan een touw en een bakbrommer. Die leven in vrijheid. Hebben geen baas aan wie ze verantwoording hoeven af te leggen en kunnen iedere dag gewoon lekker doen wat ze willen. Dat past meer bij je. Dus gooi je je Oilily sjaal en matchende poloshirts weg en trek je een kapotte spijkerbroek aan en was je je haar twee maanden niet.

Van hippie naar yuppie en van kakker naar kraker in een mum van tijd.

Nothing to it.

Maar je bent er nog niet. Op de Zuidas ben je als ex-hippie een beetje een rare snuiter. Je bent niet lid geweest in je studententijd en op de foto’s die nog op Facebook staan heb je dreads en een batik shirt. Je hebt nu misschien wel een grijs mantelpakje aan, maar de rest van jouw leven moet nog even wennen. Dus sta je op vrijdagavond niets vermoedend met collega’s in de kroeg als je wordt aangesproken door een vrouw op blote voeten met lang blond haar, een regenboog poncho aan en een papagaai op haar schouders. Je collega’s kijken een beetje vreemd op. Het is Ida. Je beste vriendin.

Ida is nog niet helemaal gewend aan jouw transformatie en keuvelt over het protest op de Dam tegen kernenergie.

Ida is best lief, maar ze heeft het niet helemaal begrepen.

Jij wilt er graag bij horen op de Zuidas, maar je hebt je verleden niet mee. Helemaal breken met je verleden is ook zo wat. Dan heb je niemand meer, want het duurt even voordat je vrienden hebt gevonden die wel bij de nieuwe-jij passen.
Je zit in een overgangsfase. Een fase van de oude-jij, naar de nieuwe-jij. Dat is lastige fase. Het zorgt ervoor dat je even niet meer weet wie je bent, bij wie je hoort en waar je voor staat.
Mensen zeggen, blijf bij jezelf. Maar wie is dat eigenlijk? Is dat de hippie of de Zuidasser. Is dat de kakker of de kraker?

Lieve collega K. Ik stond erbij toen Ida binnen kwam en ja, ik keek ook even naar de papagaai. Maar je hoeft niet te kiezen. Ida is best aardig. En een diverse vriendengroep maakt jou leuker als persoon en als collega. Je hoeft jezelf niet te verliezen. Een kakker kan best in een kraakpand wonen en een hippie kan best op de Zuidas werken.

Graag zelfs.
Beter nog: breng Ida een keer langs.

Als ze die papagaai maar thuis laat.
.
Lees meer!

vrijdag 15 juli 2011

Bij twijfel, doen

“Je wil iets creatiefs doen, waarom ben je dan eerst advocaat geworden? “ Dat de switch van de advocatuur naar een reclamebureau vragen zou oproepen had ik wel verwacht. Vijf jaar eerder kon ik zeggen: ,,ik ben advocaat bij een groot kantoor op de Zuidas. Het is een prestigieus kantoor, ik verdien veel, die en die werken er ook.” Niemand die me toen vroeg waarom ik er werkte, of het was wat ik wilde.

Nu zat ik aan tafel bij de Amsterdamse Don Draper, mezelf te verkopen. Schrijven, commercieel, mensen, niet juridisch, waren de kernwoorden die eruit kwamen rollen. Reclame dus. Ik vond het een sterk verhaal. De partner van het reclamebureau was niet onder de indruk.

“Weet je hoeveel ik er al voorbij heb zien komen, die net zo zijn als jij” verzuchtte de partner tegenover me. “Van die aangespoelde advocaten die rechten zijn gaan studeren omdat ze niet wisten wat ze wilden. Groot kantoor binnengerold omdat ze niks beters wisten. Na een paar jaar kunnen ze niet verder en bedenken ze, ik wil iets creatiefs. Wat moet ik daar mee?” Inmiddels trok hij zijn neus op alsof hij een scheet rook. De man vervolgde: “Ik weet niet hoe ik je moet verkopen, je bent te oud voor een junior copywriter, en je hebt te weinig ervaring voor een senior.” Hij keek met en mengeling van ongeduld en misprijzen. Ik zat zijn tijd te verdoen. Ik was een lost cause.

Twijfelaars, daar zitten werkgevers niet op te wachten. Er wordt van je verwacht dat je met je bul in handen precies weet wat je de rest van je leven gaat doen. Niet weten wat je wilt, is voor werkgevers eng en voor sollicitanten een taboe. Vandaar dat ieder sollicitatiegesprek hetzelfde verloopt. 'Ik wilde altijd al madmen worden' 'In de zandbak maakte ik al reclame voor mijn schepje.” Dat is wat een kantoor wil horen. Lekker duidelijk. Geen gezeur over eerdere twijfels of overstappen. Iedere sollicitant prevelt als een nederig nonnetje zijn devotie aan een baas alsof het de lieve Heer zelf is.

Maar in hoeverre zijn we bereid om vijftig jaar hetzelfde werk te doen? Hetzelfde pad te volgen, zonder greintje twijfel. Dat zullen er maar weinig zijn. Managers die vasthouden aan het principe dat een overstap 'not done' is zullen op termijn moeite krijgen met het vinden van geschikt, maar vooral gemotiveerd personeel.
Na vijf jaar werken te horen krijgen dat je te oud bent om te veranderen van inzicht is kortzichtig. Werknemers die niet toegeven aan hun twijfel, maar gewoon maar doorgaan, zonder te vragen, zonder zelfinzicht, belanden thuis op de bank met een burnout. Dus werkgevers: omarm de twijfelaar. Iemand die eerlijk er voor uit komt, dat hij twijfelde en van koers veranderde, is niet eng. Die moet je gewoon aannemen.
Lees meer!

dinsdag 12 juli 2011

Vrouw op drift

Het nieuws van de dag gaat over
afgehakte penissen afgehakte penissen en mannelijke seksslavernij. Zomer in je bol! Lees meer!

Ode aan de stagiair

Lieve mede ZoZa,

We schrijven nu ruim twee jaar samen. We delen blog, boek, lief en leed. Samen met nummer drie vormen we een geoliede machine. Maar, lieve ZoZa, er moet me iets van het hart. Zoals je weet was ik niet zo lang geleden geleden nog de onzichtbare koffiehaler. De boterhammen uit plastic zakjes etende autist. De modderkrabbende, toetsenbordlikkende bacterie van de kantoorketen. De stagiair. Erger nog, ik was 27 en stagiair.
En voor alle leeftijdsgenoten die hun laatste restje empathie in de race naar de top hebben opgebrand: ik help jullie graag even herinneren hoe dat ook alweer is, het leven van een stagiair.

Stagiair zijn voelt als de brugklas. Je begrijpt niet waarom je wordt afgerekend op een leren schoudertas met broodtrommel voorvak. Of, je begrijpt het wel, maar je wordt ondanks je apensleutelhanger alsnog uitgekotst. Want dat is het droevig lot van een stagiair. Het maakt niet zo gek veel uit wat je doet, je doet het niet goed.

Bij mijn laatste stageplek had de recessie flinke kraters geslagen. Mijn collega’s stelden zich op als Spartaanse huurlingen in falanx. Broodroof, las ik in hun ogen. Tijdverspilling, verraadde hun blik. Je zou denken dat ik me daar met gepast zelfvertrouwen doorheen sloeg. Maar een paar jaar extra levenservaring helpt niet tegen een xenofobisch cordon.

’s Ochtends stapte ik op het fietsje, steevast een uur te vroeg. Ik wist dat overdreven ijver genadeloos zou worden afgestraft, maar ik kon mezelf niet beteugelen. Het was nog zo leuk. Als eerste zat ik op de zaal. Collega's liepen binnen met een enthousiast hoi. Tegen elkaar, ik kreeg een knikje. Ik was de stagiair.

Mensen vroegen naar elkaars weekend en deden een bakkie bij de automaat. Wie wil er nog een koffie, vroeg ik in aan niemand in het bijzonder. Het bleef stil. Ik trok me terug achter de pc. Ik was de stagiair.

Afdelingsoverleg. Notitieblok in de aanslag, eureka gedacht op de tong. Zal ik wel? Zal ik niet? Zal ik wel? Zal ik niet? Ik doe het gewoon! Ik zeg wat! Afwerende blikken mijn kant uit. Doodsangst vertaalde zich in paniekretoriek. Iemand anders nam de beurt.

Lunch. Dieptepunt. Mensen stonden op voor ik uitgegeten was. Pogingen tot meepraten verzandden in pijnlijke stiltes. Ik wist niet meer of het nou ongepast was om te vragen waar iemand woonde of dat praten over werk juist vermoeiend was. Ik wist niet meer waar ik zelf eigenlijk nog voor stond. Ik prikte in mijn krabsalade. Tot de hele afdeling was vertrokken en ik over bleef met een lief fossiel dat langzaam at. "Kijk toen ik solliciteerde lag dat allemaal heel anders”, vertrouwde ze me toe. “Ik was toen 27 en jij bent nu, wat? Een jaartje of 22?". Ineens veerde ik op. Ik was 22, want ik was stagiair.
Lees meer!

Week Break



En ja hoor. Een break de week met Rinus en Romana. We hadden het er al eerder over. Fenomeen... Lees meer!

maandag 11 juli 2011

De stagiaire

Het is zomertijd en dat betekent stagiairtijd bij ons op de Zuidas. Waar de werknemers de zon opzoeken, zoeken de studenten en een verdwaalde scholier verkoeling bij de kantoren met klimaatregeling. De verdwaalde scholieren zijn in de minderheid, maar ze zijn er wel. Waar de meeste scholieren zich in de zomer volplempen met mojitos en breezer ananassen in Lloret of Cherso, is er een aantal dat hun zomer aan de Zuidas besteed. Om ervaring op te doen. Het zijn de fanatiekelingen, waar we volgens Halbe niet genoeg van kunnen hebben. Als je het mij vraagt, moeten we er niet te veel van hebben. Het zijn scholieren waar je een beetje bang van wordt. Althans, ik word er bang van. Maar dat zegt waarschijnlijk meer over mijzelf dan over hen.
Enfin. Het grootste gedeelte van de stagiaires zijn studenten. Die gebruiken de zomer om zich op de Zuidas te oriënteren, te profileren en/of te amuseren.
In het begin van mijn tijd op de Zuidas was ik nog dol enthousiast als er een student ons voor een paar weken kwam versterken. Iemand die ik wegwijs kon maken in de wondere wereld die papierschuiven heet. Vol trots liet ik de bibliotheek zien en legde ik de interne database uit. Ik bedoel. Wie zou daar nou niet enthousiast van worden?
Nu. Jaren later, ben ik stagiair-moe. Nu. Jaren later, ben ik die zure taart die ik tijdens mijn eigen stage zo bijzonder ongeïnteresseerd vond.
Waarom vraagt ze nooit wat ik gisteravond heb gedaan vroeg ik mijzelf dan tijdens mijn stage af bij mijn zwijgzame kantoorgenoot? Of. Waarom vraagt ze nooit of ik mee ga naar cliëntbesprekingen?
Na mijn stage op de Zuidas heb ik mij voorgenomen om nooit zo’n zuurpruim te worden. Ik zou altijd aardig zijn tegen iedere stagiair die langs zou komen. And here I am. Zuur als azijn.
Er is iets aan stagiairs wat mij ergert. Misschien is het hun onbevangenheid. Of het feit dat ze allemaal hetzelfde zijn.
Of hun enthousiasme vermengd met zenuwen dat ze altijd op de eerste dag tentoonspreiden. Ze zijn allemaal net naar de kapper geweest, hebben een nieuwe outfit gekocht. De dames een knielange rok, met bijpassend blazer. De heren een pak. Alles in zwart of donkerblauw. Ze hebben er zin in. Ze gaan nu echt datgene doen waarvoor ze jarenlang in de collegebanken hebben gezeten. Het harde studeren is voorbij. Dit is de eerste stap van de rest van hun leven. En dat straalt er vanaf.
Of ben ik gewoon bang om met mijn vroegere zelf geconfronteerd te worden.
Ben ik Ebenezer Scrooge die bij iedere stagiair terug wordt geworpen in de tijd en een blik krijgt op mijn jonge onbevangen zelf. Zie ik in iedere stagiair mijzelf terug? En hoop ik dat er ooit een stagiair binnenwandelt die nu eens kritisch vraagt.
Wat doe jij hier nu de hele dag op de Zuidas? Word je daar nu echt gelukkig van? Een stagair die zegt. Ik ben nog jong. Dit nooit. Ik ga nog even de wereld rondreizen en dan mijn eigen toko opzetten.
Dit gebeurt maar zelden. Bijna iedere staigiare wil blijven. Ze hopen allemaal op een aanbod. Er zijn vast wel een paar eigengereide studenten die besluiten een totaal andere kant op te gaan. Die ben ik alleen nog niet tegengekomen.
De reflecterende ramen van de torens op de Zuidas weerkaatsen de zomerzon en verblinden de meeste stagiars. Helaas.
Lees meer!

vrijdag 8 juli 2011

Lieve Chris

Lieve Chris,

Wij weten niet wie jij bent. Jij weet niet wie wij zijn. Maar toch weten we veel over elkaar. Zo weten wij dat jij in de dertig bent, je van reclamefilmpjes houdt, je scherp de pen weet te hanteren, hoogstwaarschijnlijk op de Zuidas werkt, je meelevend bent en je vroeger een schriftje bij hield, wat wij heel schattig vinden.
Minder schattig zijn je ideeën over moederschap en werken, maar dat terzijde.

Wij vragen ons af wie jij bent. Ik heb een collega die Chris heet, maar die is niet zo scherp. Zelden heeft die collega een mening, dus dat ben jij niet.
Maar misschien is Chris wel een pseudoniem en dat zou betekenen dat jij ieder ander zou kunnen zijn. Zelfs een vrouw of een partner. Voor het eerst ervaren wij hoe het aan de andere kant is en je af te vragen wie de schrijver is. Chris. Wie ben jij?
Bij stukken die wij schrijven vragen wij ons af. Wat zou Chris vinden? Eerst vroegen we ons af bij stukken. Wat zou Neelie vinden? Maar langzamerhand is dit Chris geworden.
Chris. You’ve grown on us.

Maar ook Barbara. Wij denken dat Barbara een mooie bos met kastanjekleurige krullen heeft. Een beetje a la Femke in haar jonge jaren. Twee koters en een topbaan. Wij kijken een beetje op tegen Barbara. Misschien is zij wel het nieuwe rolmodel waar wij zo hard naar op zoek zijn. Helaas weten we dan weer te weinig van Barbara. Barbara wie ben jij?

Verder onze anoniempjes. Ook daar zijn we gek op. We hebben anoniempjes die vallen over een tik- of spelfout. Daar hebben we er veel van. Misschien is dat wel Zuidas-eigen. Het betekent in ieder geval dat de blogs secuur worden gelezen. Fijn om te weten. We hebben ook anoniempjes die inhoudelijk reageren. Die zijn wat leuker. Het is lastig om een beeld te krijgen bij de anoniempjes. Misschien is er maar 1 anoniempje.

En tenslotte Ray. Ray is op zoek naar een date en een baan. En geen van beiden wil helemaal vlotten. Dat is vervelend voor Ray. Wij wensen hem succes.

Wij willen jullie bedanken voor de reacties. Het is heel fijn om te merken dat een blog wat losmaakt bij mensen. Dat geeft ons de energie om door te gaan.

Xoxoxo

De zoza’s
Lees meer!

In vorm


HAfgelopen weekend draaiden de wielen weer op volle toeren. Naast de TT in Assen stond ook Limburgs Mooiste op het program. De wielerklassieker is zo Zuidas, de zwarte cross allesbehalve.

In felroze, stoplichtoranje en kanariegeel stoven de lycraworstjes weer naar beneden door het mergelland. Vochtig zeempje in het kruis, koddig helmpje op het hoofd. De wielersport wordt gedomineerd door blanke mannen van middelbare leeftijd die niet worden gehinderd door enig gevoel voor mode, kleur, of decorum. Onder de 20.000 renners was menig Zuidasser present.

Ook ik had mij laten verleiden tot een weekendje toeren met kantoor. Peer pressure noemen ze dat, ook wel rubberen ruggengraat. De plastic partyserre aan de Blauwe Engel liet ik dus links liggen vrijdagmiddag. Waarom, vroeg ik mij af. Even later zat ik tussen twee testosteronbommetjes, een tas mueslirepen en een pakket reservebandjes op de achterbank. Waarom, vroeg ik mij af. Het regende.

Naast een paar medewerkers en een enkele stagiair, deed ook de partner van mijn afdeling mee. ,,De botten doen het niet meer, maar op het fietsje gaat het nog best", joelde Frits bij de start. Ik glimlachte flauwtjes vanonder mijn plastic coupe champignon. Het regende. De jongens gingen van start. Zij deden de rode lus (160 km, 23 heuvels), ik ging voor geel (100 km, 16 keer omhoog). Een uur later schlepte ik mezelf ook op het fietsje en mengde me in het synthetisch cordon.

Tot mijn grote verrassing kwam ik Frits alweer tegen op het drielandenpunt. Hij was de groep kwijt. De wil was er, maar de vorm ontbrak. Ik knikte begripvol. In de fietswereld is 'de vorm' een valide excuus voor alle tegenslag. Al ben je nog zo’n kuitenbijter, al is je fiets afgemonteerd met de laatste Shimano set, als 'de vorm' ontbreekt, wordt het niets. Je hoeft maar een keer naar Mart Smeets te luisteren om te weten hoe dat zit.

Frits zag ik maandagochtend pas weer terug op kantoor. Hij keek ontstemd. Voor onze tour du force had ik mij een week lang kwaad gemaakt op zogeheten Closing Binders. Mapjes waarin documenten na een deal worden gearchiveerd. Stempel erop en als prestatiepresentje naar de cliënt. U moet niet onderschatten wat het kopiëren, opmaken en rangschikken van 54 verschillende documenten met evenzoveel appendices vergt. Voor je het ben je een volle week kwijt.

Enfin, de index die ik vrijdag had laten drukken, klopte niet, gilde Frits. Achter iedere titel moest een punt en de paginanummering was in het verkeerde font. ,,De wil was er, maar de vorm ontbrak”, grapte ik. Dat vond Frits niet leuk. Mijn secretaresse ook niet. De inhoud van zestien multomappen moest opnieuw worden opgemaakt, gekopieerd en gerangschikt.

De juiste vorm is nergens belangrijker dan op de Zuidas.
Lees meer!

donderdag 7 juli 2011

Bambi en de dikke


Op maandagochtend komt ze binnenlopen, de nieuwe student stagiaire. "Haaai, keileuk da'k mag gaan beginnen! Een en al Bambi-ogen, glanzend haar en boobies.
Zo hallo. Wat doet die zonnestraal op onze sectie. De verzuurde Betties op het secretariaat zijn even helemaal in de war. Collega's L. en P. staren naar het parmantige hertje dat de kantoorgang komt overdraven alsof het Kerstmis is. Mijn mattie en ik kijken elkaar aan. Heeft de Dikke haar al gezien? De Dikke is een notoire sucker voor vierentwintigjarige ASC meisjes minus biervet, met een stel pronte jongens. Met een zucht naar de mooie dingen in het leven geeft deze partner de voorkeur aan oud wanneer het gaat om geld, kunst,
wijn en onroerend goed. Hoe anders is het voor de dames, daarin heeft de Dikke ze liever in de leeftijd piepkuiken.

Alsof hij de aanwezigheid van de nouvelle Bambette kan ruiken, zwaait de deur van het kantoor van de Dikke open. Toegegeven, ondanks de +- 40 kg aan excess baggage blijft het een imposante verschijning. In een pak dat drie Italiaanse Geppetto's deze lente hebben moeten uitleggen (in tijden van stress ressorteert de Dikke naar comfort food) beent hij zich een weg naar het nieuwste offerlam. Ondanks haar status van studentstagiaire, die haar in de advocatuur precies voor IT medewerker maar na secretaresse plaatst krijgt ze een speech die de Dikke voor het aanstaand partnerschap van L. op de plank had liggen. L. kijkt dan ook gekwetst naar de Dikke, "Waarom vader?" De Dikke is zijn pappie op kantoor.

Mijn mattie en ik kijken weer naar elkaar. ook dit gaat weer over, weten wij. Arme Bambi, over een week tikt ze nietsvermoedend aan een jurisprudentieoverzicht wanneer de deur van haar kamer openzwaait en de Dikke proestend van woede over haar bureau hangt. Hoe ze het in haar hoofd haalde om gisteravond om zes uur naar huis te gaan terwijl hij om acht uur nog een klusje voor haar had. Op de Zuidas leef je niet op looks alleen.
Dat je een zeseneenhalf voor je scriptie kan compenseren met een lekker bekkie en een vlotte babbel is op de Zuidas dan ook geen geheim. Een beetje eye candy is goed voor elke firm. Mooie mensen zorgen voor een beetje glamour in de soms gillend grijze urenschrijverij. Daarbij zijn het niet alleen de dames die dienen ter deco- en inspiratie. Op elke zichzelf respecterende corporate sectie hoort minstens een snelle hardbody met surfhobby rond te lopen.

Dat vinden wij dan weer leuk
Lees meer!