Doorgaan naar hoofdcontent

Dom lomp en famous

Op 1 maart zette het Centraal Plan Bureau als een depressieve wedding
singer een sfeersponzig nummer in: “het Nederlandse begrotingstekort
zal in 2013 oplopen tot 4.5 procent”.
Scratch back. De muziek viel uit. De lichten gingen aan. Jan Kees, tot
dat moment heftig aan het bumpen en grinden op you can’t touch this,
brak zijn hammermoves af.

Van onder de pergola verschenen Italiaanse en Griekse huwelijksgasten.
Een minzaam glimlachje om hun lippen. Eerder waren ze van de dansvoer
weggepest met een karaoke versie van “Drie procent,
regels zijn regels” en “ik ben toch zeker Sinterklaas niet”. Tante
Angela keek even verstoord op van haar schnapps. “Zeg, nu niet
kinderachtig doen. Kom op. Bezuinigen!”
Dutchie-style gooide Jan Kees zijn handen omhoog. “Ja eh, we gaan wel
soepel met de Europese regels om. Een Hollands vriendje met een blonde
coupe troep gilde wat vanachter de draaitafel. “We zijn geen
cijferfetisjisten!” Jan Kees knikte naar achter. “Ja. Precies!”

We gaan het zwaar krijgen, na een jaar drammen in Brussel op
de begrotingsproblemen van onze Zuiderburen kunnen we ons straks zelf
niet aan de begrotingsnorm houden. Op vrienden hoeven we niet te
rekenen.
Dom lomp en famous. Dat zijn wij Nederlanders.

En dat gaat ons opbreken. Niet alleen in Brussel, maar ook in de
internationale bankenwereld en advocatuur. In de internationale
zakenwereld wordt het doorgaans als een positieve eigenschap gezien
als je hulpvaardig bent, of beleefd. Op de Zuidas doorgaans minder.
Hulpvaardigheid, dienstbaarheid, being accomodating, zoals de Engelsen
dat zeggen, wordt verward met dociliteit. Beleefdheid met
onderdanigheid. In de Nederlandse zakencultuur tel je pas mee als je
een grote bek hebt. Charmant en subtiel is het niet, nee. Maar dan
weet je wel waar je aan
toe bent, wordt er dan met grote ogen aan toegevoegd.

Een Engelse collega noemde de Nederlanders op een bedrijfsuitje eens
Billy Big-Balls. Hij omschreef de Nederlander als klein mannetje met
een groot stel denkbeeldige ballen dat op een volwassenmensenfeestje
binnen komt lopen. En heel hard schreeuwt: HIER BEN IK. Zijn
observatie baseerde hij op de tijd dat op de Londense vestiging van
zijn bank een gang deelde met een Nederlandse gedetacheerde collega.
Op een middag hoorden de Engelsen deze collega door een telefoon
schreeuwen naar een cliënt: “No, that’s not possible. No. I can’t do
that. You know what? (...) Fuck you!” Bibberend van de shock keken de
Britse collega-bankers om de hoek van de deur. Waar ze den Hollander
met een grote glimlach achter zijn bureau zagen zitten.
“Zo. You have to show them who’s the boss, hè”

En dat is wat ons op gaat breken. In plaats van een spoedcursus
etiquette en voorkomendheid bij Reynildis van Ditzhuijzen te nemen,
schamen we ons niet voor onze lompheid. We zijn er zelf trots op dat
we onbeleefd zijn. Dom, lomp en famous. Om alle verkeerde redenen.
.

Reacties

Anoniem zei…
Schrijft Ramsey Nasr nu ook voor Zozuidas?

Nederlandse cultuur is hard en direct. Daar moet je inderdaad soms mee oppassen, maar het is ook onze kracht.
Anoniem zei…
Spijker op z'n kop.
Anoniem zei…
Die spijker op z'n kop slaat wel op het stukje natuurlijk niet op de eerste reactie die hierboven staat.
Anoniem zei…
Het mag trouwens wel gezegd dat ze er in de City ook wat van kunnen. De sfeer op sommige kantoren en het handelen van bepaalde managers is regelmatig genadelozer dan je op de zuidas meemaakt.
Anna zei…
Het is in ieder geval wel zo eerlijk (ofschoon niet beleefd) om het recht in iemands gezicht te zeggen, niet a la muppet-gate bij Goldman Sachs..

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …