Doorgaan naar hoofdcontent

Hoe de wielerwereld en de banken elkaar kunnen helpen

Het was de laatste stap die je moest zetten om een professionele wielrenner te worden, was de overtuiging binnen de "Boogerd generatie". Boogerd trainde, zijn relatie liep stuk en hij ademde 's avonds op de bank ijle lucht door maskers totdat hij blauw aanliep. Maar om een professioneel wielrenner te zijn waren bloed, zweet en tranen niet genoeg. Om de top te bereiken moest hij nog iets geven, het laatste wat hij bezat. Zijn lichamelijke integriteit. Dat betekende toestaan dat hij werd ingespoten met onduidelijke middelen,die onvoorspelbare gevolgen op de lange termijn bezitten. Frankenstein's kinderen van van de Boogerd generatie werden opgevoerd zoals dat met scooters wordt gedaan. Ver voorbij wat binnen de menselijke mogelijkheden ligt. Wanneer je bereid bent om dat met je te laten doen, ben je je ziel verloren. Na de publicatie van het rapport over Lance Armstrong's dopingperikelen beeindigde Rabobank haar sponsoractiviteiten in de wielerwereld. Het vertrouwen in de wielerwereld is weg, was de verklaring. Eigenlijk is dat een gek argument voor een bank. De bankenwereld kampt nu al een paar jaar met een forse vertrouwenscrisis. Als de belastingbetaler er een soortgelijke redenering op zou nahouden dan zouden we misschien ook onze sponsoring van de bankensector met nationalisaties en kapitaalinjecties moeten stopzetten. Niet alleen is het vertrouwensargument opvallend, Rabobank heeft volgens ons een kans gemist door het Rabobankteam op te heffen. Juist met de dopingschandalen had Rabobank een statement kunnen maken. Ze hadden alle wielrenners op kunnen trommelen die niet in de cultuur van de generatie Boogerd, Armstrong en Rasmussen pasten. Jongens die geweigerd hebben om als een proefkonijn op de dokterstafel te gaan liggen. Wielrenners die door Armstrong en co uit ploegen zijn getreiterd omdat ze niet meededen, of protesteerden tegen het dopinggebruik. De topsporters die hun dromen niet konden realiseren omdat ze weigerden hun ziel te verkopen. Zij verdienden misschien niet de miljoenen, maar zij kunnen nu elke nacht lekker slapen. Als Rabobank een superteam had samengesteld met die misfits, dan was er heel misschien een olievlek ontstaan. De wielersport zou weer gaan draaien om topsporters in plaats van opgevoerde mensenscooters. Rabobank had als first mover het ultieme voorbeeld kunnen geven hoe je met een klein team een cultuurverandering teweeg had kunnen brengen. Want die wielrenners zijn helemaal niet zo verschillend van bankiers, en EPO lang niet zo anders dan een bonus. Beiden 'middelen om beter te presteren. Een bank die een cultuurverrandering teweeg brengt in een door en door verziekte subcultuur. Dat was wat geweest!

Reacties

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Populaire posts van deze blog

Floris & Fatima

Minder dan vijf procent van de advocaten bij de grote kantoren is allochtoon. Dat bleek uit de najaarsbijeenkomst van de commissie diversiteit van de Orde van Advocaten.
Als de Zuidas een persoon zou zijn, zou het een gezellige corpsbal van begin veertig zijn die in het weekend in een Lycra speelpak een Hollandsche buitensport beoefent (schaatsen of wielrennen). De Zuidas is immers nog steeds een roomblank bastion, met een strategisch gepositioneerde Rachid of geadopteerde Chinees voor het Benneton-gevoel. Klinkt hard en lullig. Maar laten we er niet om heen draaien. Ondanks dat de collegezaal steeds gekleurder is geworden, zie je de gekleurde Nederlanders nauwelijks terug bij het jurisprudentieontbijt op kantoor.
De Orde wil dat veranderen en riep een diversiteitsprogramma in het leven. Het woord diversiteit roept een hoop ge-schouderophaal onder collega’s op. “Die willen hier vaak helemaal niet bij een groot kantoor werken. Ze gaan liever als eenpitter aan de slag.”
Op bestuursnive…

Ik fake het....

‘En nu hebben we een investeerder gevonden die heilig in ons bedrijf gelooft!’ schreeuwt mijn oud klasgenoot, net iets te hard. De barman kijkt verstoord op. ‘We kunnen nu mensen aannemen en uitbreiden, Ik ga volgende week naar China om de productielijn op te zetten", gaat ze hysterisch verder. En terwijl ik mij vooral druk maak om mijn functioneringsgesprek de volgende dag, is zij al een uur aan het woord over haar eigen onderneming: Het eerste kwartier luister ik met interesse naar haar passionele betoog, maar na een uur begint mijn aandacht af te glijden naar de details in de armtattoo van de barman. Is dat een draak? ‘En jij? Hoe is het op jouw werk?’ vraagt ze plotseling. Verschrikt kijk ik op. ‘Nou’ antwoord ik. ‘Wel prima.’ Morgen mijn functioneringsgesprek, maar het gaat z’n gangetje.’ NGGGG gaat de quizzoemer: Fout antwoord’ ‘Wel prima’ is niet de kwalificatie die je aan je levenswerk kan hangen vindt het gros van mijn vrienden, maar ook mijn manager hangt de school …

Downdaten

,,Misschien tot de volgende keer”, zei zijn tante. En ze trok haar wiebelende schouders op tot aan haar oorlel. Alsof ze wilde zeggen: we weten ab-so-luut niet waar het heen gaat tussen jou en hem. Je aanwezigheid op het volgende familiediner is als een potje Russian Roulette. Het zou kunnen dat je er weer bij bent, maar de kans is even groot dat deze relatie sneller dan je toyboy kan zeggen is uitgedoofd. Cougar kuchtte ze, of, ze zei het niet, maar ze dacht het wel, terwijl ze haar mond verborg achter een grote Paisley-shawl. Ik heb een jongere vriend. Vier jaar en vier maanden jonger om precies te zijn. We kennen elkaar van werk. Gek, zei mijn mannelijke collega. En ook weer niet. Qua emotionele ontwikkeling was ik natuurlijk blijven steken rond mijn 23ste. Had te maken met een overmatige toewijding aan werk en te weinig tijd voor prive-leven, volgens mijn collega. Moest ik misschien toch een wat aan gaan doen. En hij vergat voor het gemak dat zijn vrouw ook zeker drie jaar jonger …